Brugge

De tweede uitvalsbasis. 
M

arc Albert Arrazola de Oñate (of Marcos Alberto/Mark/Marq) wordt op 25 april 1612 in Brussel geboren en is daarmee de eerste Zuid-Nederlands-geboren Arrazola. Hij doorloopt een korte militaire carrière en trouwt op relatief jonge leeftijd met Maria Bulteel de la Nieppe.

Na het overlijden van Maria hertrouwt Marc met Josiane Stochove, zuster van de legendarische Brugse burgemeester Vincent Stochove. Dat deze uiteindelijk zo succesvol geworden is, heeft hij deels te danken aan de diplomatieke en taalkundige vaardigheden van Marc.

Als Brussels kind van een Spaanse vader en Engelse moeder spreekt Marc zowel Spaans, Engels, Nederlands als Frans. Daarbij komen ook nog de posities van zijn familieleden. Jean-Jacques is persoonlijk Secretaris van Aartshertog Leopold, Michel Buitengewoon Raadsheer van de Rekenkamer, Mattheus is kanunnik van de Brusselse St.Michiel en St.Goedele, en zijn schoonbroer André is Secretaris van de Geheime Raad.

D

ankzij zijn vaardigheden en connecties maakt Marc een blitzcarrière in de Brugse administratie. Vanaf 1648 is hij zeventien jaar lang onafgebroken Schepen van het Brugse Vrije. Deze kasselrij strekte zich uit van Nieuwpoort tot Sluis, van Sluis tot Roeselare, en van Roeselare tot Nieuwpoort. Een jaar na zijn aanstelling slaagt hij er meteen in verkozen te worden tot Burgemeester, een functie die hij vervolgens tien jaar op zich neemt.

Wanneer in 1656 de verjaagde Engelse Koning Karel II  geen intrek mag nemen in Brussel, biedt Aartshertog Leopold Willem hem een incognito verblijf in Brugge aan. Daar vindt de Koning een lokale edelman die niet alleen rechtstreeks in contact staat met zowel het lokale als nationale bestuur, maar ook nog eens vlot Engels spreekt.

Het is logisch dat de opeenvolgende Nederlandse Landvoogden don Juan van Oostenrijk, de Benavides Carillo en de Castel Rodrigo gebruikmaken van Marcs buitengewone relatie met de Engelse Koning; hij wordt meermaals als Buitengewoon Gezant naar London gestuurd en zal ook voor de Engelse Koning geregeld optreden in Brussel.

I

n Brugge zelf begint Marc een tweede uitvalsbasis te bouwen. Hij verhuist naar een deel van het oud-grafelijke Prinsenhof in de Noordzandstraat. Zijn woonst wordt omschreven als  een schoon en magnifijcq paleis met twee gevels en een grote poort.

Als vroom en welstellend Vlaams/Spaans/Engels edelman werpt hij zich op als beschermheer van Engelse Franciscanessen in Brugge. Hij liet aan zijn woonst een kapelkerk en kloostergebouw bijbouwen. Elk lid van de Brugse familie Arrazola de Oñate werd vervolgens bij overlijden onder het in 1664 voltooide altaar bijgezet.

De woonst, kerk en Zusters zouden tot de val van het Ancien Regime In Brugge blijven bestaan. Vanaf 1795 wordt het hele complex vernietigd. Vandaag vindt men er het Kempinski Dukes Palace.

W

anneer Marc in 1674 sterft, laat Karel II een grote kist sieraden bezorgen bij zijn weduwe. Zijn kinderen hebben ondertussen ook hun vaste stek gevonden in Brugge. Ze nemen zijn posities over in het bestuur van het Brugse Vrije, worden toegelaten tot de Edele Confrérie van het Heilig Bloed en huwen met enkele vooraanstaande buitenlandse families. De Brugse Arrazola’s worden heren van Ten Torre (thans Oedelem),  Monswalle en Zuydcote.

Hoewel Marc Albert slechts 2 kinderen voortbrengt die uiteindelijk huwen, zal de Brugse tak pas uitdoven in 1804, bij het overlijden van  Marie Thérèse Arrazola de Oñate de Ten Torre. Nakomelingen van de zijverwante Meldertse tak vestigen zich later, in de 19de eeuw, opnieuw in Brugge.